Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.
Info
titleDefinitie waterkerende kunstwerken

Binnen Samenwerken aan Kunstwerken wordt de definitie van een waterkerend kunstwerk uit de Waterwet (2016) aangehouden. Deze luidt:

“Een waterkerende constructie is een constructie die onderdeel uitmaakt van een waterkering en over een beperkte lengte de waterkerende functie van het grondlichaam geheel of gedeeltelijk overneemt, maar is aangelegd ten behoeve van een andere (utilitaire) functie die de waterkering kruist (zoals schutten en spuien). In verband met deze utilitaire functie zijn deze waterstaatkundige constructies meestal voorzien van één of meer beweegbare afsluitmiddelen.” Door het HWBP is hier nog een extra eis aan toegevoegd, namelijk dat het doorstroomoppervlakte van het kunstwerk minimaal 0,5 m2 is. 

De onderverdeling in het type kunstwerk is beschreven in het document: Definitie kunstwerken HWBP-SK

Panel
borderStylesolid

De Kunstwerkopgave

Het doel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is in 2050 alle primaire keringen op een sobere en doelmatige wijze versterkt, zodat deze voldoen aan de wettelijke normen die als omgevingswaarde in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BkI) zijn vastgesteld. Dit geldt ook voor de waterkerende kunstwerken die in deze waterkeringen liggen. Dit is een grote opgave. Hoe groot precies was onduidelijk. Mede daarom is in 2021 het innovatieproject Samenwerken aan Kunstwerken (SK) vanuit het HWBP gestart. Het doel van SK is om door middel van samenwerking bij te dragen aan het verkleinen, versnellen, versoberen, en verduurzamen van de kunstwerkopgave, waarmee we tevens de stabiliteit van het HWBP vergroten. De omvang van de kunstwerkopgave, was voorafgaand hoog ingeschat, waardoor samenwerking over de waterschaps-grenzen als efficiënt/noodzakelijk gezien werd. Om meer inzicht te verkrijgen in deze opgave heeft SK verschillende keren een uitvraag gedaan naar de kunstwerkopgave binnen de waterschappen. Onderstaand een overzicht van in de verschillende momenten.

  • In 2018 is een startdocument opgesteld voor het innovatieproject SK (destijds POS-K genoemd), hierin is beschreven dat circa 600 kunstwerken afgekeurd zijn o.b.v. de LTR3(+) (voor de definitie van een kunstwerk, zie Bijlage 2). De schatting was dat deze aantallen nog hoger lagen (circa 900), omdat nog lang niet alle kunstwerken beoordeeld waren.
  • In 2021 is een uitvraag gedaan door IV-Infram over de kunstwerkopgave bij de Waterschappen en RWS. Op dit moment waren er nog kunstwerken niet beoordeeld op basis van de eerste Landelijke Beoordelingsronde Overstromingskans van primaire waterkeringen (LBO-1) en zijn de getallen op basis van de beoordeelde kunstwerken geëxtrapoleerd voor de onbeoordeelde kunstwerken. Het totaal kwam toen uit op 368 kunstwerken met een afstand tot de norm.
  • In 2023 heeft Samenwerken aan Kunstwerken opnieuw een uitvraag naar de kunstwerkopgave gedaan op basis van de afgeronde LBO-1 beoordeling. Hierbij zijn de naam, de ligging (coördinaten), het kunstwerktype en de score op per faalmechanisme (Hoogte, Piping, Sterkte en Stabiliteit en Betrouwbaarheid Sluiting) uitgevraagd. De faalmechanismen zijn uitgevraagd met het idee om meer inzicht te verkrijgen in de versterkingsopgave, met het doel om verschillende samenwerkingsverbanden te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld door waterschap breed kunstwerken seriematig te versterken. Het serie matig op de markt brengen van kunstwerken heeft diverse voordelen, zoals:
    • Continuïteit
    • Kennisverbreding in plaats van kennisverlies per project
    • Langdurige samenwerkingen wat risico's met marktpartijen verminderd.
    • Betere samenwerking zowel in- als extern
    • De mogelijkheid tot het combineren van verschillende opgaven, waterveiligheid, watersystemen, groot onderhoud, verduurzaming en scheepvaart.  
    • Aangepaste contractvorming: Raamcontracten, 2 of 3-fasen contracten.
      Ondanks al deze voordelen bleek dat een samenwerkingsverband of een serie aan kunstwerken over de grenzen van de waterschappen heen op de markt zetten, niet realistisch. Gedacht werd dat met het uitvragen van de kunstwerkopgave op basis van LBO-1, ook de versterkingsopgave verduidelijkt werd. Echter verschilde de versterkingsopgave per kunstwerk zo erg, dat op basis van het type faalmechanisme en het type kunstwerk niks gezegd kon worden over de mogelijke versterking. Dit kon verschillen in het realiseren van een compleet nieuwe set deuren tot het aanpassen van het protocol van sluiten. De resultaten van de uitvraag, 328 kunstwerken met een versterkingsopgave, zijn destijds verschenen in een uitgave “Waar staan we?” (het rode boekje).
  • In 2024 werd besloten om een rondgang te maken langs alle waterschappen om in een open gesprek te praten over de versterkingsopgave voor kunstwerken voor het desbetreffende waterschap. Hierdoor werd het gat tussen de beoordelingsresultaten en de te versterken kunstwerken in het HWBP gedeeltelijk gedicht. Dit resulteerde in een beter beeld van de versterkingsopgave. Hiermee is Samenwerken aan Kunstwerken op ongeveer 277 te versterken kunstwerken gekomen. De resultaten van deze rondgang zijn destijds verschenen in een uitgave “de verdieping” (het oranje boekje).
  • Eind 2024 tot begin 2025 hebben de waterschappen een nieuwe uitvraag gekregen. Hierbij hebben de waterschappen nogmaals de kans gekregen om hun gegevens zo goed mogelijk aan te leveren en hebben ze extra vragen gekregen over de toekomstige versterkingsopgave. Hierin is inzicht verkregen in:
    • De complexiteit van de versterking
    • Het type maatregel van de versterking
    • De manier van programmeren van de kunstwerkversterking
    • Of het daadwerkelijk een waterveiligheidsvraagstuk is of onder Beheer & Onderhoud valt.
    • De planning
    • De kosten
      Na het analyseren van deze resultaten heeft het project Samenwerken aan Kunstwerken het advies gegeven aan het HWBP om niet meer in aantallen kunstwerken te rapporteren, maar in een investeringssom, omdat de variëteit in maatregelen, kosten en complexiteit enorm verschillen. Met deze boodschap en met een laatste controle van de aangeleverde gegevens (er was immers ondervonden tijdens de eerdere uitvragen dat het ‘in hokjes plaatsen’ van de kunstwerken lang niet altijd het verhaal verteld achter de kunstwerkopgave,) is het projectteam van SK een laatste keer langs de waterschappen gegaan. In deze rondgang van september 2025 zijn de gegevens nogmaals bevestigd. De resultaten van de aanvullende vragen zullen in deze memo besproken worden en in het groene boekje worden gepresenteerd.
Panel

Cijfers

In dit gedeelte wordt inzicht gegeven in de cijfers en andere uitgevraagde informatie. Dit inzicht wordt gegeven o.b.v. de meest recente opgehaalde informatie (september 2025).

Soorten Kunstwerken

In totaal zijn er 1330 kunstwerken in Nederland, volgens de HWBP definitie van kunstwerken. Figuur 1 toont de verschillende type kunstwerken die aanwezig zijn in de primaire kering in Nederland [aantal] en Figuur 2 die met een versterkingsopgave. Voor een aantal type kunstwerken geldt dat alleen het hoofdkunstwerk is benoemd. Denk hierbij aan een gemaal met vispassage, waarbij alleen het gemaal benoemd is.


Column

Figuur 1. De verschillende type kunstwerken in de primaire kering in Nederland in aantallen.

Column
width5


Column

Figuur 2. De verschillende type kunstwerken in de primaire kering in Nederland met een versterkingsopgave in aantallen.

Panel

Beoordelingsresultaten

Kunstwerken worden op vier hoofd faalmechanismen beoordeeld, namelijk:

  • Hoogte Kunstwerk (HTKW)
  • Piping Kunstwerk (PKW)
  • Sterkte en Stabiliteit Kunstwerk (STKW)
  • Betrouwbaarheid Sluiting Kunstwerk (BSKW)

Door SK zijn de meest recente beoordelingsresultaten uitgevraagd, dit is vooralsnog grotendeels het LBO-1 beoordelingsresultaat. In de LBO-1 beoordelingssystematiek is gewerkt met faalkanseisen. Hiermee wordt per vak/kunstwerk per toetsspoor een toetsoordeel berekend. In Tabel 1 is dit overzichtelijk weergegeven. In 2023 is de naamgeving van de ‘Ondergrens’ en  ‘Signaleringswaarde’ veranderd, in respectievelijk, de Omgevingswaarde en Signaleringsparameter.

Tabel 1. Categorie toetsoordeel kunstwerken per vak per toetsspoor (2017).

  • Pf,dim — Faalkans per vak (doorsnede of kunstwerk) [1/jaar]
  • Peis,sig,dim— Signaleringswaarde van het dijktraject [1/jaar]
  • Peis,ond,dim— Ondergrens van het dijktraject [1/jaar]
  • Peis,slot,dim— Faalkanseis per doorsnede of kunstwerk [1/jaar]

In Figuur 3 is het totaal overzicht van de resultaten per faalmechanisme weergegeven worden en in Figuur 4 is een overzicht van de resultaten die door de waterschappen zijn opgegeven als te versterken. Onderaan (Figuur 8 en 9) is hetzelfde overzicht te vinden per kunstwerktype.

Let op:

  • Een kunstwerk kan op meerdere faalmechanismen laag scoren.
  • Een kunstwerk kan laag scoren maar hoeft dan niet altijd versterkt te worden. Op trajectniveau kan het dijktraject alsnog voldoen aan de waterveiligheidseisen. 


Column

Figuur 3. De LBO-1 scores van alle kunstwerken in de primaire kering per faalmechanisme.

Column

Figuur 4. De LBO-1 scores van de te versterken kunstwerken in de primaire kering per faalmechanisme.

Zoals in Hoofdstuk 1 aangegeven zijn er geen samenwerking ontstaan op gelijksoortige kunstwerken met een versterkingsopgave. Wel is er, vanwege het hoge aantal kunstwerken met hoge faalkans op betrouwbaarheid sluiting (zie Figuur 2), een werksessie georganiseerd in februari 2025 hoe om te gaan met Betrouwbaarheid Sluiting. De werksessie Betrouwbaarheid Sluiting beoogde om met zoveel mogelijk beheerders een uniforme en toepasbare aanpak op te stellen, zodat alle kunstwerken administratief op orde zijn of, door een verbeterde beoordeling, geen versterking meer nodig hebben.

Panel

Kunstwerkopgave

De kunstwerkopgave is erg veranderd door de jaren heen. Onderstaand nog een kort overzicht van de aantallen, deze zijn in bovenaan ook benoemd.

  1. In 2017 werden 600 kunstwerken afgekeurd. Aangezien op dat moment nog niet alle kunstwerken waren beoordeeld, werd op basis van het toenmalige afkeuringspercentage verwacht dat het totale aantal afgekeurde kunstwerken uiteindelijk zou oplopen tot circa 900.
  2. In 2021 is een nieuwe uitvraag gedaan door IV-Infram, destijds waren er nog steeds kunstwerken niet beoordeeld op basis van de eerste Landelijke Beoordelingsronde Overstromingskans van primaire waterkeringen (LBO-1) en zijn de getallen op basis van de beoordeelde kunstwerken geëxtrapoleerd voor de onbeoordeelde kunstwerken. Het totaal kwam toen uit op 368 kunstwerken met een afstand tot de norm.
  3. In 2023 heeft Samenwerken aan Kunstwerken opnieuw een uitvraag naar de kunstwerkopgave gedaan op basis van de toen net afgeronde LBO-1 beoordeling. De resultaten van de uitvraag, 328 kunstwerken met een versterkingsopgave, zijn destijds verschenen in een uitgave “Waar staan we?” (het rode boekje).
  4. In 2024 werd besloten om een rondgang te maken langs alle waterschappen om in een open gesprek te praten over de versterkingsopgave voor kunstwerken voor het desbetreffende waterschap. Hierdoor werd het gat tussen de beoordelingsresultaten en de te versterken kunstwerken in het HWBP gedeeltelijk gedicht. Dit resulteerde in een beter beeld van de versterkingsopgave. Hiermee is Samenwerken aan Kunstwerken ongeveer op 277 kunstwerken te versterken kunstwerken gekomen. De resultaten van deze rondgang zijn destijds verschenen in een uitgave “de verdieping” (het oranje boekje).
  5. Eind 2024 tot begin 2025 hebben de waterschappen een nieuwe uitvraag gekregen en heeft SK een laatste rondgang gemaakt langs de waterschappen. Het totaal aantal kunstwerken met een versterkingsopgave is uitgekomen op 235 kunstwerken. Dit aantal wordt niet meer breed gecommuniceerd omdat is gebleken dat de variatie in versterkingsmaatregelen erg uiteenlopen. Hierdoor kan er geen goede relatie worden gelegd tussen aantallen en kosten, aantallen of planningen, etc. In paragraaf 2.4 wordt hier verder op in gegaan.
  6. In Figuur 5 is expres een kolom toegevoegd met de kunstwerkopgave in 2050, dit is gedaan om weer te geven dat de kunstwerkopgave een momentopname is. Door de veranderende toekomst van beoordelen en programmeren zal de opgave altijd blijven wijzigen.

   

Figuur 5. Inventarisatie kunstwerkopgave door de jaren heen.

Bij de interpretatie van de hierboven gepresenteerde aantallen is zorgvuldigheid geboden, om de volgende redenen:

  • Momentopname van de gegevens
    De cijfers vormen een momentopname. Door wijzigingen in onder meer de hydraulische belastingen, beoordelingssystematieken, normen, programmering en dijkversterkingsmaatregelen kunnen de aantallen in de toekomst veranderen.   
  • Wijzigingen in de rapportagesystematiek
    De aantallen kunstwerken in de periode 2017–2023 zijn gebaseerd op de resultaten van LBO-1. Daarbij werd een kunstwerk als te versterken beschouwd wanneer één van de vier faalmechanismen een score van IV of lager behaalde.
    Vanaf 2024 is in de SK-uitvraag echter gevraagd of het waterschap daadwerkelijk voornemens is de betreffende kunstwerken te programmeren. Hierdoor is het aantal te versterken kunstwerken afgenomen, onder andere doordat:
    • Kunstwerken met marginaal te hoge faalkansen niet altijd worden geprogrammeerd, aangezien het bijbehorende dijktraject mogelijk nog wel aan de norm voldoet en er daarmee geen versterkingsopgave bestaat;
    • Sommige waterschappen nog bezig zijn (of waren) met een verdiepende beoordeling, waarbij wordt verwacht dat geen waterveiligheidsopgave resteert;
    • Bepaalde kunstwerken reeds zijn geprogrammeerd of inmiddels zijn versterkt.
  • Aannamen over versterkingsmaatregelen
    In de huidige inventarisatie wordt ervan uitgegaan dat een kunstwerk dat niet voldoet, zal worden versterkt. In de praktijk kan echter ook worden besloten het kunstwerk te amoveren, bijvoorbeeld in het kader van een dijkverplaatsing of herinrichting van het dijklichaam. Deze situatie doet zich met name voor bij waterschappen langs de grote rivieren.


Panel
Column

Programmering van kunstwerken met een versterkingsopgave.

In de verdiepende uitvraag hebben de waterschappen de mogelijkheid gekregen om een inschatting te maken wanneer het kunstwerk versterkt zal worden. De kunstwerken worden voornamelijk meegenomen in dijkversterkingen. Figuur 6 toont een overzicht.

Column

 
Figuur 6. Planning van de te versterken kunstwerk in de primaire kering

Panel

Versterkingskosten

Onderstaand de inschatting van de kosten van de HWBP-kunstwerkopgave tot 2050. Het totaal is uitgekomen op ongeveer 108 miljoen euro, zonder inflatie of prijsstijgingen in materiaalkosten meegerekend.


Column

Figuur 7. Percentage kunstwerken per investeringsbandbreedte.

Column

Figuur 8. De totale kosten verdeeld over de investeringsbandbreedte in miljoenen euro (rechts).

Voor 22 kunstwerken kan écht geen betrouwbare inschatting worden gemaakt van de toekomstige kosten. In de beoordeling zijn deze kunstwerken als niet-waterveilig aangemerkt, terwijl het waterschap op basis van eigen expertise verwacht dat deze kunstwerken in de praktijk wél waterveilig functioneren. Het in de beoordeling niet aan de norm voldoen is het gevolg van zeer strenge normeringen en beoordelingsmethodieken die onvoldoende geschikt zijn om in deze specifieke gevallen een realistische faalkans te kunnen geven. Deze kunstwerken vallen binnen de risico investering.

Panel

Conclusie

Op deze pagina zijn de resultaten van verschillende momenten van uitvragen over de kunstwerkopgave gepresenteerd. Belangrijk hierbij blijft dat deze cijfers slechts een indicatie zijn van de huidige situatie van de kunstwerkopgave in Nederland. In het project hebben we meermaals ontdekt dat veranderingen in hydraulische randvoorwaarden, kennis en programmering ertoe leiden dat de kunstwerkopgave altijd zal blijven veranderden. Desondanks geven de getallen wel weer dat de geschatte kunstwerkopgave van 900 kunstwerken (In 2021 (Punt 1 in hoofdstuk 1)) niet klopt en daarmee de investeringskosten voor kunstwerken lijkt mee te vallen. Ook heeft het uitvragen naar de getallen ertoe geleidt dat een aantal waterschappen de kunstwerken weer beter ‘in zicht’ heeft, wat tot versnelling en stabiliteit heeft geleid voor het programma. 
Aanbevolen wordt om het overzicht van de kunstwerkopgave structureel te borgen binnen de overzichtskaar van het HWBP en jaarlijks een inventarisatieronde langs de waterschappen te blijven uitvoeren. Dit draagt bij aan, het behoud en de verdere verbetering van het inzicht in de kunstwerkopgave, het stimuleren van kennisuitwisseling over beoordeling en programmering en het verbinden van waterschappen met vergelijkbare uitdagingen of relevante ervaringen met elkaar.



Panel

Extra overzichten: